JHWHN.INFO

HOME
PSALM 45:17 : "...en ik wil Uw naam vermelden in alle toekomstige geslachten"...

- terug -

KLEINE PROFETENROL
Datum:

50 v.C. - 50

 

 

In 1961 begon een groep experts de grotten van Nahal Hever, in de dorre wildernis ten westen van de Dode Zee, te onderzoeken. Ze zetten hun leven op het spel toen zij afdaalden langs de steile rotsen en zich tachtig meter diep in een smalle spelonk lieten zakken. Wat ze hier beneden ontdekten was zo gruwelijk dat grot nr. 8 uit dit district de bijnaam kreeg “de gruwelgrot”. De ontdekkers kwamen terecht tussen ongeveer veertig skeletten van volwassenen en kinderen die zich in de eerste eeuw hier verborgen hadden. Deze mensen waren volgelingen geweest van de Joodse leider Bar Kochba. Tijdens hun verblijf in de grot waren Romeinse soldaten op de top van de rots gelegerd. Ze zaten dus letterlijk in de val en zijn vermoedelijk van honger en dorst omgekomen.

De onderzoekers deden hier nog een andere belangrijke ontdekking, een die veel te maken heeft met de naam van God. Ze vonden in de grot oude handschriften. De negen gevonden fragmenten maakten oorspronkelijk deel uit van een oude lederen rol die de Bijbelboeken Hosea tot en met Maleachi bevat moet hebben en daarom ook wel “de kleine profetenrol” wordt genoemd. De tekst was in het Grieks geschreven, de algemeen gebruikte taal uit die tijd, en gedateerd tussen 50 voor Christus en 50 na Christus. Deze periode omsluit dus de tijd dat Jezus geboren is.

Wat wist men toen over de naam van God ?

Daar de Griekse Septuaginta, die in Jezus tijd algemeen gebruikt werd, het tetragrammaton vervangen had door Kurios, wat 'Heer' betekent, veronderstelde men dat de eerste christenen Gods naam niet gebruikten. Doch de gevonden fragmenten maakten een eind aan de theologische discussie of Jezus en zijn apostelen de Goddelijke Naam Jehovah of Jahweh gebruikt hebben of niet. Deze fragmenten die in het Grieks geschreven waren bevatten namelijk Gods Naam in een oud Hebreeuws schrift. Er wordt hiermee aangetoond dat Gods naam nog wel degelijk bekend was aan de Joden uit die tijdsperiode en dat hij ook gebruikt werd. Dat Jezus de naam van zijn Vader heiligde en gebruikte blijkt trouwens ook uit Bijbelteksten zoals Mattheüs 6:9 en Johannes 17:6

Hieronder zien we twee fragmenten die gevonden werden in deze grot. Het eerste en grootste fragment bevat gedeelten uit Habakuk, onder andere 2:15-20 en 3:9-14. Hierop staat twee maal het tetragrammaton afgebeeld in een duidelijk ander lettertype, namelijk Oud-Hebreeuws. Het tweede fragment bevat gedeelten uit Zacharia, onder andere 8:20 en 9:1, 4. Hierop zien we ook tweemaal het tetragrammaton afgebeeld, in een eerste eeuws Hebreeuws lettertype.

 

 

Facsimile's gemaakt door B. Bonte

 

 

 

- naar boven -