JHWHN.INFO

HOME
PSALM 45:17 : "...en ik wil Uw naam vermelden in alle toekomstige geslachten"...

- terug -

MESASTEEN
Datum:

9de eeuw v.C.

 

De Mesasteen wordt ook wel de stèle de Mesha genoemd (Frans) of de Moabitische steen. Speciaal aan deze archeologische vondst is dat de steen niet gedurende een opgraving werd ontdekt. Toen de Mesasteen gevonden werd lag zij niet onder maar op de grond.

 

Facsimile gemaakt door B. Bonte

 

Over de verdere geschiedenis doen verschillende verhalen de ronde. Volgens “Op steen en klei” door Henri Michaud, werd de steen opgemerkt door de Duitse zendeling F. A. Klein in de ruïnes van Dhîban in het jaar 1868. De ware vinder echter schijnt Clermont-Ganneau te zijn geweest die in die tijd een betrekking had bij het Franse consulaat in Jeruzalem. Hij had van de steen horen spreken en hij had een gedeelte laten overschrijven. Dit afschrift bevindt zich tegenwoordig naast de stèle in het Louvre. Hij begreep uit dit afschrift dat de steen waardevol moest zijn. Hij wilde er een afdruk van hebben, liet die ook maken, maar deze werd in stukken gescheurd bij een twist onder de bevolking. Hij wilde de Mesasteen kopen maar in de ogen van de Arabieren was hij te gretig. De bevolking die niet kon begrijpen dat hij een, in hun ogen, ‘waardeloze’ steen wou kopen dachten dat er een schat van waarde in de steen verborgen moest zitten. Om dit na te gaan werd rondom de steen vuur aangestoken. Toen de steen eenmaal verhit was goot men er koud water op. Door de grote temperatuurschommeling sprong de steen uit elkaar. Er werd geen schat gevonden. Clermont-Ganneau kon toch nog de stukken kopen en deze kwamen in het bezit van het Louvre.

De stèle nu bestaat uit een reconstructie van oorspronkelijke fragmenten en herstelde delen uit gips dankzij de afdruk van de stèle in zijn geheel.

De steen is van Basalt, heeft een hoogte van 1,15 meter en een breedte van 60 centimeter. De taal is Fenicisch. De steen wordt gedateerd rond 800 voor Christus. Op deze steen doet Mesa, de koning van Moab, zijn verhaal van zijn opstand tegen Israël. Kemos is de God die hij vereerd.

 

Op deze steen staat de volgende tekst:

 

 

 

 

“Ik ben Mesa, de zoon van Kemos(.Jat), de koning van Moab, de Diboniet. Mijn vader was koning over Moab dertig jaar, en ik was koning na mijn vader, en ik maakte deze hoogte voor Kemos in Kericho (…). Hij heeft mij immers verlost van alle koningen en heeft mij doen neerzien op al mijn vijanden.
Omri was de koning van Israël, en hij verdrukte Moab vele dagen, immers Kemos was vertoornd op zijn land. En zijn zoon volgde hem op, en hij zei, ook hij. Ik zal Moab verdrukken! In mijn dagen zei hij (zo), en ik zag op hem neer en op zijn huis, en Israël is te gronde gegaan voor eeuwig! En Omri had in bezit genomen het gehele (la)nd Medeba, en hij woonde daar zijn dagen en de helft van de dagen van zijn zoon, veertig jaren, maar Kemos deed het (terugke)ren in mijn dagen! En ik bouwde Baäl Meon, en ik maakte erin het reservoir, en ik (bouwde) Kirjaten. En de man(nen) van Gad woonde(n) in het land van Atarot van eeuwigheid af, en de koning van Israël bouwde voor zichzelf Atarot, en ik vocht tegen de stad, en ik nam haar in, en ik doodde heel het volk van de stad als ~ voor Kemos en voor Moab, en ik deed terugkeren vandaar de haard van het altaar van zijn Lieveling, en ik (sl)eepte die voor het aangezicht van Kemos in Keriot, en ik deed daar de man(nen) van Saron wonen en de man(nen) van Maharit.
En Kemos zei tot mij: Ga, neem Nebo op Israël; en ik ging in de nacht, en ik streed ertegen van het aanbreken van de dageraad tot de middag, en ik nam het, en ik doodde alles ervan,
zevenduizend m(annen) en (…) en vrouwen en (…) en dienstmaagden; immers voor Astar Kemos had ik het met de ban geslagen. En vandaar nam ik (de va)ten van YHWH, en ik sleepte deze voor het aangezicht van Kemos.
En de koning van Israël had gebouwd Jahaz, en hij; zat daar in zijn strijden tegen mij, en Kemos verdreef hem van voor (mijn) aangezicht, (en) ik nam van Moab tweehonderd man, geheel zijn ~ en ik bracht deze tegen Jahaz, en ik heb het genomen
om het toe te voegen aan Dibon.
Ik heb gebouwd Kericho, de muur van de bossen en de muur van de citadel, en ik heb gebouwd zijn poorten, en ik heb gebouwd zijn torens, en ik heb gebouwd het huis van de koning, en ik heb gemaakt het tweevoudig reservoir voor de bron in het binnenste van de stad, in Kericho. En er was geen put in het midden van de stad, en ik zei tot geheel het volk: Maakt u voor u een man een put in zijn huis! en ik groef de grachten van Kericho door middel van Israëlitische gevangenen.
Ik heb gebouwd Aroër, en ik maakte de heerbaan in de Arnon. Ik heb gebouwd Bet Bamot, immers dat was verwoest. Ik heb gebouwd Bezer, immers (het lag in) ruïnes. (En de ma)n(nen) van Dibon stond(en) in slagorde, immers geheel Dibon was gehoorzaam. En ik ben de koning (over) honderden in de steden die ik heb toegevoegd aan het land, en ik heb gebouwd (het huis van Mede)ba en het huis van Diblatain en het huis van Baäl Meon, en ik voerde daar (…) kudden van het land.
En Hauranaïm, daar woonde (…). En Kemos zei tot mij: Daal af, strijd tegen Hauranaïm! En ik daalde af (…) en Kemos (deed het terug)keren in mijn dagen.’

Verder is de tekst te beschadigd om nog te vertalen.

In het Oud Hebreeuws vormden verschillende medeklinkers woorden, die gescheiden werden door middel van stippen (punten). Zinnen werden gescheiden door verticale streepjes. Men leest van rechts naar links. De taal op de Mesasteen lijkt heel veel op het Hebreeuws zoals te verwachten zou zijn aangezien de Moabieten afstammelingen waren van Abrahams neef Lot.

Voor de Goddelijke Naam is vooral de rechterzijde van de 18de regel van belang. Daar staat namelijk 'YHWH'. De conclusie is onvermijdelijk dat de Goddelijke Naam in de vorm van YHWH bekend was aan Mesa en zijn tijdgenoten!

 

 

Interessant om op te merken is dat het Bijbelse verslag van 2 Koningen hoofdstuk 3 zich afspeelt in dezelfde periode. In vers 4 wordt koning Mesa zelfs met naam vernoemd: "Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol" - Statenvertaling.

Om het boek 'Het verhaal van de bijbel' te citeren (blz. 32-34 - uitgegeven door het Belgisch Bijbelgenootschap 1985): "In 2 Kon. 3 wordt bericht dat een gezamelijk leger uit Israel, Juda en Edom het land Moab binnenvalt, als Mesa in opstand is gekomen. Volgens dit verhaal wordt geheel Moab verwoest en Mesa opgesloten in een vestingstad. Slechts door het offeren van zijn oudste zoon op de stadsmuur, weet Mesa een volledige nederlaag te voorkomen." Het Bijbelse relaas verschilt dus nogal met wat Mesa op zijn steen liet zetten.

 

 

- naar boven -