JHWHN.INFO

HOME
PSALM 45:17 : "...en ik wil Uw naam vermelden in alle toekomstige geslachten"...

- terug -

POTSCHERF UIT ARAD
Datum:

7de eeuw v.C.

 

 

Tijdens de verovering van de Israëlieten op het land Kanaän kwamen zij in conflict met de koning van Arad. Een aantal inwoners wist aan de vernietiging te ontkomen waaronder de koning van Arad. Maar hij werd later, tijdens Jozua’s veldtocht waarin hij 31 koningen versloeg, overwonnen - zie Jozua 12:14.

In Tel’Arad, in bijbelse tijden Arad genoemd, vindt men nog de ruïnes van een vesting. De plaats ligt in de Negeb woestijn in Israël en is van belangrijke historische waarde. Men heeft hier rond 1965 ongeveer 200 ostraka of aardewerkscherven gevonden uit de zevende eeuw voor Christus. Ongeveer de helft van deze potscherven zijn in het oud-Hebreeuws geschreven; de overige in het Aramees.

Waarom schreef men op afgedankte stukken aardewerk? Het antwoord gaat in de praktische richting. In oude tijden was schrijfmateriaal, zoals papyrus of velijn, heel kostbaar. Een alternatief was het schrijven op stukken aardewerk van gebroken potten of kruiken. Klei was goedkoop, werd veel gebruikt, en gebroken potten waren er overal te vinden. Zodoende schreef men vaak “brieven” of boodschappen op zulke potscherven.

Op één van de potscherven is er sprake van “het huis van JHWH”. Op de potscherf staat een persoonlijke brief in het oud-Hebreeuws. De brief was afkomstig van een dienaar van Eljasib. Hij begon met de woorden: “Aan mijn heer Eljasib. Moge JHWH uw vrede zoeken”. Hij eindigt met: “Hij woont in het huis van JHWH”.

Het was in die tijd nog gebruikelijk de naam van God in religieuze geschriften te gebruiken. Maar wat is er zo opmerkelijk aan deze ostrakon? Wel, het is leuk hier een voorbeeld te zien van een persoonlijke mededeling waarin eveneens de Goddelijke Naam genoemd wordt. Dit is ook het geval met de Lachis-brieven die ook persoonlijke boodschappen bevatten (zie elders in onze pagina archeologie).

 

Facsimile's gemaakt door B. Bonte

 

 

 

- naar boven -